Beelddenken
 
 

Op deze pagina wordt ingegaan op wat Beelddenken is, de Kenmerken van de beelddenker,
het Onderzoek en waarom het goed is om het te weten. Onderaan bevindt zich een literatuurlijst.

Beelddenken

floor3.jpg (18010 bytes)Beelddenken is het denken in beelden en gebeurtenissen. Het kan omschreven worden als ruimtelijk denken. Beelddenkers ordenen hun wereld bij voorkeur met niet-talige middelen. Ze zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken tegelijkertijd zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een betekenisvol geheel vormen. Het is een simultaan en non-verbaal denken, een manipuleren met ruimtelijke voorstellingen.

Een minderheid van de mensen denkt in beelden. Het is een ruimtelijk, woordloos denken. Deze wijze van denken verloopt dus niet stap voor stap, maar de beelddenker overziet als het ware het geheel, echter hij/zij kan juist de details missen. Behalve dat alles betekenisvol met elkaar is verbonden is zijn denken vaak emotioneel gekleurd. Taal moet eerst in beelden worden omgezet en -de eigen- beelden moeten eerst in taal worden omgezet om te kunnen communiceren. Dat betekent zoeken naar woorden en dat kost tijd.


Beelddenken is een -lastige- Gave: het kan zich zowel uiten in creativiteit, talenten op het gebied van inzicht en ruimtelijk denken, humor en muzikaliteit als in dyslectische verschijnselen: taalproblemen en/of rekenproblemen. Vooral in de lager school periode en in het begin van de middelbare school spelen deze problemen.


Het kind moet leren om informatie op zijn eigen manier te verwerken. Die manier is anders dan men gewend is op school en vraagt dus om een aangepaste manier van lesgeven. Het in beelden denkende kind moet zich leren redden in een 'talige' omgeving. Dit gaat niet altijd zonder onderwijs/leerproblemen. Naarmate het onderwijs zich meer op begrip richt, komt er meer ruimte voor de positieve kant van het beelddenken. Beelddenken blijft in de volwassenheid.


Om het beelddenken vast te stellen, maak ik gebruik van het Ojemann Wereldspel. Dit is een verzameling van houten huisjes, boompjes en beestjes. Het is genormeerd na een langlopend onderzoek over veel kinderen. Het materiaal is oorspronkelijk afkomstig uit de psychologie maar het is de verdienste van Drs. N. Ojemann om het aangepast te hebben voor onderwijsdoeleinden. Met het spel kun je vaststellen of het kind een beelddenker is, of de cognitieve ontwikkeling leeftijdsovereenkomstig is en soms vind je verwijzingen naar het psychologisch (on)wel bevinden van de proefpersoon.


Kenmerken van Beelddenkers

Het volgende is een verzameling kenmerken die bij een beelddenker vaker voorkomen dan bij niet beelddenkers. Het is niet zo dat elke beelddenker alle genoemde kenmerken heeft, of dat een niet-beelddenker geen van deze kenmerken kan hebben.

De lijst is vooral gericht op kinderen van het basisonderwijs en het begin van de middelbare school. Maar ook volwassen beelddenkers zullen zich herkennen.


School

  • Een beelddenker moet iets eerst begrijpen voor hij kan automatiseren (iets je zodanig eigen maken dat je het zonder nadenken, direkt kan doen). Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan 1 gekozen manier van doen vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. Uit het hoofd) en omslachtig. De oplossing kan werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag. Voor goed automatiseren moeten meer strategieen beschikbaar zijn.
  • Communicatie: Deze kinderen hebben een spontane onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden op en door die beelden dwaalt hun aandacht weg en vergeten ze op te letten. DIT IS GEEN ONWIL!! Hoe langer het verhaal, hoe minder kans dat ze er met hun aandacht bij blijven. Verder nemen ze het gehoorde te letterlijk.
  • Ze zijn makkelijk overbelast en snel vermoeid. Ze leven -vanuit de beelddenker gezien- in een wereld die anders is dan de hunne. Dat kost extra energie. Houdt ze af en toe een dagje thuis.
  • Als een beelddenker een taal- of rekenprobleem heeft moet een 6 voor zo'n vak als een 8 beloond worden.
  • Vraag bij een opdracht: "Wat ga je doen?". Waarschijnlijk is de beelddenker tijdens de uitleg met zijn gedachten afgedwaald en raakt hij in paniek van de opdracht, want hij weet niet wat hij moet doen. Door deze vraag -en het hem/haar te vertellen- is hij direct weer bij de les en kan hij aan het werk.

Denkstijl

  • Een beelddenker is niet minder intelligent dan andere kinderen.
  • Het denken van een beelddenker is zo georganiseerd dat hij zoekt naar overeenkomsten ( een beetje alsof je twee dia’s over elkaar heen projecteert en naar de gelijkenissen zoekt. Dit maakt ze ook tot mensen van het compromis. Dat is, afhankelijk van de situatie, zowel een talent als een kwetsbare kant.
  • Ruimtelijk denken (denken in drie dimensionale patronen) is de sterke kant van de beelddenker. Verder is er sprake van visueel (denken in beelden)- en handelingsdenken ( denken in handelingen. De beelddenker koppelt hier bij voorkeur ook een emotionele beleving aan ).
  • Het auditieve denken ( denken in taal, interne spraak) komt als laatste.
  • Ze hebben een creatieve denkstijl, gevoel voor humor en gevoel voor muziek.
  • Beelddenkers zijn vaak volhoudend, inzichtelijk en zelflerend. Eigenschappen die gestimuleerd worden door hun andere manier van denken. Daardoor moeten ze het vaak 'zelf uitzoeken'.
  • Nieuwe kennis lijkt soms 'niet aan te komen'. Maar na drie dagen bezinken blijken ze het toch te weten.

Motoriek & Ontwikkeling

  • Laat rijpend. Dus ook wat langer kinderlijk (kinderachtig?).
  • Vaak spreken ze laat en krom of ze kunnen zwijgen tot het derde, vierde jaar en dan in een keer spreken.
  • Vaak motorisch onhandig. Dit trekt weg in de volwassenheid. Motorisch onhandig kan zich ook uiten als traag en / of onduidelijk schrijven.

Geaardheid

  • Een beelddenker is niet communicatief gericht. Ze hebben dingen van binnen al zo levendig beleefd, dat de noodzaak erover te praten 'vergeten' wordt. Ook blokkeren ze op een lang verhaal ( vooral als dat een terechtwijzing is). Vraag dan: "Wat zei ik?" om ze weer 'terug' te krijgen.
  • Vaak hebben ze een neiging tot faalangst en onzekerheid. Hierbij hoort ook een 'dom' voelen ondanks duidelijk aanwezige capaciteiten.
  • Toeschouwersgedrag. ( Ze kunnen het stilzwijgend, maar merkbaar met de leiding eens zijn.) Het toeschouwersgedrag kan echter ook leiden tot eenzaamheid.
  • Een beelddenker voelt zich snel emotioneel bedreigd en heeft makkelijk een schuldgevoel bij falen.
  • Een beelddenker is vaak wat moeilijk te disciplineren. Ze weten vaak regels te ontduiken, zonder dat daar strijd over geleverd wordt. Vandaar dat het vaak nuttig is  om veel structuur te bieden, thuis en op school. Ook het spelen van spelletjes als stratego, scrabble en schaken werkt ondersteunend, mits men consequent de regels handhaaft.

In het onderwijs aan beelddenkers is het goed om er rekening mee te houden dat beelddenkers baat hebben bij hetvolgende:

  • inzichtelijk werken
  • omvang verkleinen, complexiteit beperken, vertragen & verduidelijken van de regelstructuur.
  • disciplineren/structureren
  • concretiseren
  • strategie verruimen (verschillende oplossingen bieden ) of dispenseren


Signaleren van Beelddenken

floor3.jpg (18010 bytes)

Om het beelddenken vast te stellen, wordt gebruik gemaakt van het Ojemann Wereldspel. Dit is een verzameling van houten huisjes, boompjes en beestjes. Het is genormeerd na een langlopend onderzoek over veel kinderen. Het materiaal is oorspronkelijk afkomstig uit de psychologie maar het is de verdienste van Drs. N. Ojemann om het aangepast te hebben voor onderwijsdoeleinden.

De manier waarop het kind een dorp bouwt, geeft aan of het om een beelddenker gaat. Daarnaast kun je constateren of de cognitieve ontwikkeling leeftijdsovereenkomstig is en soms vind je verwijzingen naar het psychologisch (on)wel bevinden van de proefpersoon. Het dorp wordt vastgelegd met een foto en een plattegrond.

 


Ook worden een aantal didactische toetsjes gedaan, waaronder losse woordjes lezen (Brus test), begrijpend lezen, dictee en rekenen aan de hand van het Ojemann rekenblad. Dit geeft de mogelijkheid de didactische ontwikkeling naast de cognitieve ontwikkeling te leggen.


Daarnaast worden er wat spelletjes, b.v. mikado, gedaan. Aan de hand hiervan kun je een beeld krijgen van de taakaanpak en of een kind bereid is van een voorbeeld te leren.


Uit deze onderzoeken volgt een beeld van de proefpersoon en een aantal adviezen hoe thuis en op school met de leerproblematiek om te gaan.Hiervan wordt een rapport opgesteld, dat met de ouders en de school wordt besproken.



Wat heeft u er aan

Misschien de belangrijkste reden om te willen weten of je in beelden denkt, of b.v. je kind, is het feit dat de problemen ( meestal met spelling, maar het kan met elk vak ) in een context geplaatst worden. Een context die bovendien niet alleen maar problemen aangeeft, maar ook leuke kanten ( de Lastige Gave ). Ik heb meermalen van ouders waarvan ik een kind voor beelddenken gezien heb, gehoord dat het veel uitmaakte nu ze wisten dat het door beelddenken kwam.

Iemand met dyslectische verschijnselen die worden opgeroepen door beelddenken heeft een andere begeleiding nodig als iemand die b.v. een neurologisch bepaalde dyslexie heeft.

Beelddenken is erfelijk. als ouder kun je je kind beter begeleiden als je inzicht hebt in hoe het zit. Je kunt b.v., als er twijfel is op school bevechten dat een HAVO beter is dan de MAVO ondanks magere taalresultaten. Immers, op de MAVO moet je meer rijtjes leren, waar een beelddenker doorgaans niet zo goed in is en op de HAVO meer begrijpen, waar een beelddenker meestal goed in is.


Literatuur:

Brochures van de Maria J. Krabbe stichting, aldaar te bestellen: tel. 06 23 54 86 77 (tussen 16:00 en 18:00 uur)

Het is me onbeschrijflijk duidelijk, Nicole van der Toorn.       
Een goede eerste kennismaking met beelddenken.
Het beelddenkende kind in de probelemen.                            
Wat is beelddenken en hoe ga je er mee om.                           
Ondersteuning van systeemgerelateerde moeilijkheden.     
De beelddenker in het voortgezet onderwijs.                          
Adviezen voor ouders, leerkrachten en leerlingen over de omgang met beelddenken.
Spelen met letters.
Een reader over voorbereidend lezen Voorbereidend lezen in groep 2-3
Carrousel.( levensverhaal van een beelddenker)                  
Het woordblinde kind.                                                              
Denkbeelden over Beelddenken.                                             
Help jezelf. (zelfstandig werken aan spelling)                         

In de Boekhandel:

Ben jij een beelddenker Nel Ojemann et all.
Verse hoeven, uitgeverij (0162) 51 43 57).
Voor kinderen om te lezen.

Woordblindheid en Beelddenken, drs. P.C. Ojemann. Van Loghum Slaterus; ISBN 90 368 0004-8
Een degelijk boek met veel achtergronden.
De Gave van Dyslexie, Ronald D. Davis. Elmar ISBN 90 389 03197 / CIP  of  90 389 07451
Ronald Davis is een Amerikaan. Zijn benadering is anders, maar zijn begrip dylexie zit dicht bij het begrip eelddenken.

Copyright © 2007 DRIEBLAD