|
Op
deze pagina wordt ingegaan op wat Beelddenken
is, de Kenmerken
van de beelddenker,
het Onderzoek
en waarom het goed is om het te weten. Onderaan bevindt zich een literatuurlijst.
Beelddenken
Beelddenken is het denken in beelden en
gebeurtenissen. Het kan omschreven worden als ruimtelijk denken.
Beelddenkers ordenen hun wereld bij voorkeur met niet-talige middelen.
Ze zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken
tegelijkertijd zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een betekenisvol
geheel vormen. Het is een simultaan en non-verbaal denken, een
manipuleren met ruimtelijke voorstellingen.
Een
minderheid van de mensen denkt in beelden. Het is een ruimtelijk,
woordloos denken. Deze wijze van denken verloopt dus niet stap voor
stap, maar de beelddenker overziet als het ware het geheel, echter
hij/zij kan juist de details missen. Behalve dat alles betekenisvol met
elkaar is verbonden is zijn denken vaak emotioneel gekleurd. Taal moet
eerst in beelden worden omgezet en -de eigen- beelden moeten eerst in
taal worden omgezet om te kunnen communiceren. Dat betekent zoeken naar
woorden en dat kost tijd.
Beelddenken
is een -lastige- Gave: het kan zich zowel uiten in creativiteit,
talenten op het gebied van inzicht en ruimtelijk denken, humor en
muzikaliteit als in dyslectische verschijnselen: taalproblemen en/of
rekenproblemen. Vooral in de lager school periode en in het begin van
de middelbare school spelen deze problemen.
Het
kind moet leren om informatie op zijn eigen manier te verwerken. Die
manier is anders dan men gewend is op school en vraagt dus om een
aangepaste manier van lesgeven. Het in beelden denkende kind moet zich
leren redden in een 'talige' omgeving. Dit gaat niet altijd zonder
onderwijs/leerproblemen. Naarmate het onderwijs zich meer op begrip
richt, komt er meer ruimte voor de positieve kant van het beelddenken.
Beelddenken blijft in de volwassenheid.
Om
het beelddenken vast te stellen, maak ik gebruik van het Ojemann
Wereldspel. Dit is een verzameling van houten huisjes, boompjes en
beestjes. Het is genormeerd na een langlopend onderzoek over veel
kinderen. Het materiaal is oorspronkelijk afkomstig uit de psychologie
maar het is de verdienste van Drs. N. Ojemann om het aangepast te
hebben voor onderwijsdoeleinden. Met het spel kun je vaststellen of het
kind een beelddenker is, of de cognitieve ontwikkeling
leeftijdsovereenkomstig is en soms vind je verwijzingen naar het
psychologisch (on)wel bevinden van de proefpersoon.
Kenmerken
van Beelddenkers
Het volgende is een verzameling kenmerken die bij
een beelddenker vaker voorkomen dan bij niet beelddenkers. Het
is niet zo dat elke beelddenker alle genoemde kenmerken heeft, of dat
een niet-beelddenker geen van deze kenmerken kan hebben.
De lijst is vooral gericht op kinderen van het
basisonderwijs en het begin van de middelbare school. Maar ook
volwassen beelddenkers zullen zich herkennen.
School
- Een beelddenker moet iets eerst
begrijpen voor hij kan automatiseren (iets je zodanig
eigen maken dat je het zonder nadenken, direkt kan doen). Het
automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan 1 gekozen
manier van doen vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk
bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. Uit het hoofd) en omslachtig.
De oplossing kan werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag.
Voor goed automatiseren moeten meer strategieen beschikbaar zijn.
- Communicatie: Deze kinderen hebben een spontane
onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden
op en door die beelden dwaalt hun aandacht weg en vergeten ze op te
letten. DIT IS GEEN ONWIL!! Hoe langer het verhaal, hoe minder kans dat
ze er met hun aandacht bij blijven. Verder nemen ze het gehoorde te
letterlijk.
- Ze zijn makkelijk overbelast en snel
vermoeid. Ze leven -vanuit de beelddenker gezien- in een
wereld die anders is dan de hunne. Dat kost extra energie. Houdt ze af
en toe een dagje thuis.
- Als een beelddenker een taal- of rekenprobleem
heeft moet een 6 voor zo'n vak als een 8 beloond
worden.
- Vraag bij een opdracht: "Wat ga je
doen?". Waarschijnlijk is de beelddenker tijdens de
uitleg met zijn gedachten afgedwaald en raakt hij in paniek van de
opdracht, want hij weet niet wat hij moet doen. Door deze vraag -en het
hem/haar te vertellen- is hij direct weer bij de les en kan hij aan het
werk.
Denkstijl
- Een beelddenker is niet minder intelligent dan
andere kinderen.
- Het denken van een beelddenker is zo georganiseerd
dat hij zoekt naar overeenkomsten ( een
beetje alsof je twee dia’s over elkaar heen projecteert en
naar de gelijkenissen zoekt. Dit maakt ze ook tot mensen van het
compromis. Dat is, afhankelijk van de situatie, zowel een talent als
een kwetsbare kant.
- Ruimtelijk denken
(denken in drie dimensionale patronen) is de sterke kant van de
beelddenker. Verder is er sprake van visueel (denken in beelden)- en
handelingsdenken ( denken in handelingen. De beelddenker koppelt hier
bij voorkeur ook een emotionele beleving aan ).
- Het auditieve denken ( denken in taal, interne
spraak) komt als laatste.
- Ze hebben een creatieve denkstijl,
gevoel voor humor en gevoel voor muziek.
- Beelddenkers zijn vaak volhoudend,
inzichtelijk en zelflerend. Eigenschappen die
gestimuleerd worden door hun andere manier van denken. Daardoor moeten
ze het vaak 'zelf uitzoeken'.
- Nieuwe kennis lijkt soms 'niet aan te komen'. Maar
na drie dagen bezinken blijken ze het toch te weten.
Motoriek & Ontwikkeling
- Laat rijpend. Dus ook
wat langer kinderlijk (kinderachtig?).
- Vaak spreken ze laat en krom of ze kunnen zwijgen
tot het derde, vierde jaar en dan in een keer spreken.
- Vaak motorisch onhandig. Dit trekt weg in de
volwassenheid. Motorisch onhandig kan zich ook uiten als traag en / of
onduidelijk schrijven.
Geaardheid
- Een beelddenker is niet communicatief
gericht. Ze hebben dingen van binnen al zo levendig
beleefd, dat de noodzaak erover te praten 'vergeten' wordt. Ook
blokkeren ze op een lang verhaal ( vooral als dat een terechtwijzing
is). Vraag dan: "Wat zei ik?" om ze weer 'terug' te krijgen.
- Vaak hebben ze een neiging tot faalangst
en onzekerheid. Hierbij hoort ook een
'dom' voelen ondanks duidelijk aanwezige capaciteiten.
- Toeschouwersgedrag. (
Ze kunnen het stilzwijgend, maar merkbaar met de leiding eens zijn.)
Het toeschouwersgedrag kan echter ook leiden tot eenzaamheid.
- Een beelddenker voelt zich snel emotioneel bedreigd
en heeft makkelijk een schuldgevoel bij falen.
- Een beelddenker is vaak wat moeilijk
te disciplineren. Ze weten vaak regels te ontduiken,
zonder dat daar strijd over geleverd wordt. Vandaar dat het vaak nuttig
is om veel structuur te bieden, thuis en op school. Ook het
spelen van spelletjes als stratego, scrabble en schaken werkt
ondersteunend, mits men consequent de regels handhaaft.
In het onderwijs aan beelddenkers is het goed om er
rekening mee te houden dat beelddenkers baat hebben bij hetvolgende:
- inzichtelijk
werken
- omvang
verkleinen, complexiteit beperken, vertragen & verduidelijken
van de regelstructuur.
- disciplineren/structureren
- concretiseren
- strategie
verruimen (verschillende oplossingen bieden ) of dispenseren
Signaleren
van Beelddenken

Om
het beelddenken vast te stellen, wordt gebruik gemaakt van het Ojemann
Wereldspel. Dit is een verzameling van houten huisjes, boompjes en
beestjes. Het is genormeerd na een langlopend onderzoek over veel
kinderen. Het materiaal is oorspronkelijk afkomstig uit de psychologie
maar het is de verdienste van Drs. N. Ojemann om het aangepast te
hebben voor onderwijsdoeleinden.
De
manier waarop het kind een dorp bouwt, geeft aan of het om een
beelddenker gaat. Daarnaast kun je constateren of de cognitieve
ontwikkeling leeftijdsovereenkomstig is en soms vind je verwijzingen
naar het psychologisch (on)wel bevinden van de proefpersoon. Het dorp
wordt vastgelegd met een foto en een plattegrond.
Ook
worden een aantal didactische toetsjes gedaan, waaronder losse woordjes
lezen (Brus test), begrijpend lezen, dictee en rekenen aan de hand van
het Ojemann rekenblad. Dit geeft de mogelijkheid de didactische
ontwikkeling naast de cognitieve ontwikkeling te leggen.
Daarnaast
worden er wat spelletjes, b.v. mikado, gedaan. Aan de hand hiervan kun
je een beeld krijgen van de taakaanpak en of een kind bereid is van een
voorbeeld te leren.
Uit
deze onderzoeken volgt een beeld van de proefpersoon en een aantal
adviezen hoe thuis en op school met de leerproblematiek om te
gaan.Hiervan wordt een rapport opgesteld, dat met de ouders en de
school wordt besproken.
Wat
heeft u er aan
Misschien de belangrijkste reden om te willen weten
of je in beelden denkt, of b.v. je kind, is het feit dat de problemen (
meestal met spelling, maar het kan met elk vak ) in een context
geplaatst worden. Een context die bovendien niet alleen maar problemen
aangeeft, maar ook leuke kanten ( de Lastige Gave ). Ik heb meermalen
van ouders waarvan ik een kind voor beelddenken gezien heb, gehoord dat
het veel uitmaakte nu ze wisten dat het door beelddenken kwam.
Iemand met dyslectische verschijnselen die worden
opgeroepen door beelddenken heeft een andere begeleiding nodig als
iemand die b.v. een neurologisch bepaalde dyslexie heeft.
Beelddenken is erfelijk. als ouder kun je je kind
beter begeleiden als je inzicht hebt in hoe het zit. Je kunt b.v., als
er twijfel is op school bevechten dat een HAVO beter is dan de MAVO
ondanks magere taalresultaten. Immers, op de MAVO moet je meer rijtjes
leren, waar een beelddenker doorgaans niet zo goed in is en op de HAVO
meer begrijpen, waar een beelddenker meestal goed in is.
Literatuur:
Brochures van de Maria J.
Krabbe stichting, aldaar te bestellen: tel. 06 23 54 86 77 (tussen
16:00 en 18:00 uur)
Het
is me onbeschrijflijk duidelijk, Nicole van der Toorn.
Een goede eerste kennismaking met beelddenken. |
| Het
beelddenkende kind in de probelemen. |
| Wat
is beelddenken en hoe ga je er mee om. |
| Ondersteuning
van systeemgerelateerde moeilijkheden. |
De
beelddenker in het voortgezet onderwijs.
Adviezen voor ouders, leerkrachten en leerlingen over
de omgang met beelddenken. |
Spelen
met letters.
Een reader over voorbereidend lezen
Voorbereidend lezen in groep 2-3 |
| Carrousel.( levensverhaal van een beelddenker) |
| Het
woordblinde kind.
|
| Denkbeelden
over Beelddenken.
|
| Help
jezelf. (zelfstandig werken aan spelling)
|
In de Boekhandel:
Ben
jij een beelddenker Nel Ojemann et all.
Verse hoeven, uitgeverij
(0162) 51 43 57).
Voor kinderen om te lezen.
|
Woordblindheid
en Beelddenken, drs. P.C. Ojemann. Van Loghum Slaterus; ISBN 90 368
0004-8
Een degelijk boek met veel achtergronden. |
De
Gave van Dyslexie, Ronald D. Davis. Elmar ISBN 90 389 03197 /
CIP of 90 389 07451
Ronald Davis is een Amerikaan. Zijn benadering is anders, maar zijn
begrip
dylexie zit dicht bij het begrip eelddenken. |
|